Hoe werken spaarlampen?

Deze informatiefiche gaat over spaarlampen van het type CFL (“compact fluorescent lamp”). Zo een spaarlamp bestaat uit twee delen: een glazen buis en een elektronische ballast. Een elektrische stroom afkomstig van de ballast vloeit door de kwikdamp in de buis, waardoor de kwikdamp ultraviolet licht uitstraalt. Het ultraviolet licht maakt dat de fosforlaag aan de binnenkant van de buis oplicht: de lamp brandt. Het oplichten van de fosforlaag noemt men ook fluorescentie, vandaar de Engelse benaming “compact fluorescent lamp”. Spaarlampen bevatten dus kwik, een stof die gevaarlijk kan zijn voor mens en milieu als men er onvoorzichtig mee omspringt. Spaarlampen geven ook een kleine hoeveelheid ultraviolet licht, en zenden zoals elk elektrisch apparaat elektromagnetische velden uit. Deze fiche legt uit waarom spaarlampen nodig zijn, en hoe we ermee moeten omgaan om eventuele negatieve gevolgen voor de gezondheid van mens en milieu te voorkomen.

Waaraan danken spaarlampen hun snelle opkomst, en waarom zullen gloeilampen binnenkort niet meer in de winkels liggen?

Een klassieke gloeilamp is niet efficiënt: het grootste deel van de energie die erin wordt gestopt (zo’n 95%), gaat verloren als warmte. Slechts een klein deel wordt omgezet in zichtbaar licht. Spaarlampen scoren veel beter op vlak van energie-efficiëntie: op de figuur is duidelijk te zien dat spaarlampen tot 80% elektrische energie kunnen besparen in vergelijking met gloeilampen.

De productie van elektriciteit brengt nog steeds veel CO2 met zich mee. Om de uitstoot van CO2 te kunnen verlagen, heeft men in de Europese Unie beslist de gloeilampen stapsgewijs te bannen. De gloeilampen met het grootste vermogen (100 W) verdwijnen van de markt vanaf 1 september 2009 en eind 2012 zal het verboden zijn om alle types gloeilampen in de handel te brengen. Dit wordt geregeld door de verordening 244/2009 in het kader van de ecodesign wetgeving.


De gekleurde blokken geven aan welk vermogen bepaalde lamptypes nodig hebben om een lichtopbrengst van 100 lumen te realiseren. De stippellijn is de grens tussen zuinige lampen (maximum 2.5 W/100 lumen; in groen) en minder zuinige (in oranje) of energievretende (in rood) lampen.(www.energievreters.be)

Kost een spaarlamp niet veel meer dan een gloeilamp? Wat is de terugverdientijd?

Een gloeilamp kost gemiddeld 60 cent terwijl een spaarlamp tot 15 keer duurder kan zijn. Normaal gezien blijft de kostprijs van een spaarlamp onder de 10 euro, behalve wanneer er specifieke eigenschappen nodig zijn zoals dimbaarheid. De hogere investeringskost zal echter vanwege de energiebesparingen binnen het jaar terug betaald zijn. De terugverdientijd is afhankelijk van het gebruik. Wanneer men een 80 W gloeilamp vervangt door een 20 W spaarlamp (deze heeft dezelfde lichtoutput), zal de spaarlamp vanwege de hogere levensduur en de hogere energie-efficiëntie ongeveer 60 euro besparen gedurende zijn levensduur. Vanwege de wettelijke eisen en de massaproductie als gevolg wordt verwacht dat de aankoopprijs van spaarlampen zal dalen.

Er is echter wel een groot verschil in prijs en kwaliteit tussen de verschillende merken van spaarlampen. Spaarlampen van gerenommeerde fabrikanten gaan meestal langer mee en behouden ook beter hun lichtkwaliteit.

Bron: Federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid

Verlichting laten plaatsen?

Prijzen vergelijken loont! Ontvang hier gratis prijzen op maat van verschillende specialisten uit jouw buurt. ✓ Ontvang hier vrijblijvend offertes en vergelijk de prijzen.