Houden de elektromagnetische velden rond een spaarlamp een risico in?

Rond elk elektrisch of elektronisch toestel dat wij in ons dagelijks leven gebruiken zoals een tv, een stofzuiger of een lamp, is er een elektromagnetisch veld aanwezig, al staan we er niet bij stil. De sterkte van het elektromagnetisch veld varieert van toestel tot toestel. De laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) die dit soort producten regelt, eist dat de veiligheid van mensen niet in gevaar wordt gebracht door de straling die ze kunnen uitzenden. De technische normen bevatten concrete grenswaarden en meetprocedures. De grenswaarden op de elektromagnetische emissies worden in deze technische normen vastgelegd zodanig dat de blootstelling bij correct gebruik in “redelijk te verwachten omstandigheden” de wetenschappelijke aanbevolen grenswaarden (aanbevolen door de Raad van de Europese Unie) voor de blootstelling van het publiek niet overschrijdt.

De elektromagnetische emissies van spaarlampen worden niet geregeld via een technische norm. Men gaat er immers van uit dat bij een standaard gebruik van spaarlampen de blootstelling onder de wetenschappelijke aanbevelingen ligt. Toch alarmeerde het Centre de Recherche et d’Information Indépendantes sur les Rayonnements Electromagnétiques (het CRIIREM) de consument met de mededeling dat spaarlampen een veel te hoge straling uitzenden. Deze mededeling heeft voor veel ongegronde ongerustheid gezorgd. Achteraf is gebleken dat het CRIIREM zijn meetresultaten onnauwkeurig heeft geïnterpreteerd: een studie van het VITO heeft dit aan het licht gebracht (bron). Het CRIIREM hanteerde immers een blootstellingslimiet voor een frequentiebereik dat niet aanwezig is in het stralingsveld van een spaarlamp.

Spaarlampen zenden verschillende soorten elektromagnetische straling uit: ze liggen in het bereik van extreem lage frequenties (50 hertz), intermediaire frequenties (30-60 kilohertz, kHz), ultraviolet licht en natuurlijk zichtbaar licht. Spaarlampen zenden geen radiogolven uit en kunnen daarom niet vergeleken worden met een gsm. Zelfs het meest prominente type straling (van 30–60 kHz) ligt onder de blootstellingslimiet wanneer men enige afstand ten opzichte van de lamp behoudt (enkele centimeters).

Houden de UV-emissies van spaarlampen een risico in?

De grenswaarde voor de blootstelling aan UV-licht bedraagt 30 J/m2 (bij een herhaaldelijke blootstelling van 8 uur per dag). Deze grenswaarde houdt een voldoende grote marge in om personen met de meest gevoelige huidtypes te beschermen. Zoals een halogeenlamp geeft een spaarlamp een beetje ultraviolet licht (ongeveer 1 mW/m2 op een afstand van 20 cm) wat betekent dat de intensiteit van het UV licht van de spaarlampen conform is aan de blootstellingslimieten. Voor de meeste toepassingen van spaarlampen (kamer-, tuin- of sfeerverlichting) is de blootstelling van personen aan het UV licht verwaarloosbaar klein. Enkel wanneer men lange tijd vlak onder de lamp zit (minder dan 20 cm van een bureaulamp of een lamp op het nachtkastje) komt de blootstelling in de buurt van de grenswaarde 30 J/m2. Het risico is echter beperkt. Enkel mensen met een bijzondere lichtgevoeligheid kunnen er nadeel van ondervinden (bron: SCENIHR). Voor deze personen adviseren wij om enige afstand tot de lamp te houden, of een lamp met extra glazen omhulsel aan te schaffen. Dit dubbele omhulsel houdt immers de UV-emissies grotendeels tegen.

Bron: Federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid